Wie als ZZP'er al een tijdje bijhoudt hoe de zelfstandigenaftrek jaar na jaar wordt afgebouwd, wist dat het er ooit van zou komen. Maar de stap van 2025 naar 2026 is fors: de aftrek zakt van €2.470 naar €1.200. Dat klinkt abstract, maar voor een gemiddelde freelancer of eenmanszaak betekent het al gauw €500 meer belasting per jaar. En in 2027 wordt het bedrag nog verder teruggeschroefd naar €900.
Goed nieuws is er ook: er zijn concrete manieren om de financiele klap te verzachten. Maar daarvoor moet je wel weten waar je aan toe bent.
Hoeveel minder aftrek is het precies?
De zelfstandigenaftrek is een fiscale regeling die je mag aftrekken van je winst, als je meer dan 1.225 uur per jaar in je onderneming werkt. In 2022 was die aftrek nog €6.310. Sindsdien is het bedrag stelselmatig verlaagd:
- 2022: €6.310
- 2023: €5.030
- 2024: €3.750
- 2025: €2.470
- 2026: €1.200
- 2027: €900 (gepland)
De redenering van het kabinet: het fiscale voordeel ten opzichte van werknemers moet kleiner worden om een gelijkwaardig speelveld te maken. Politiek begrijpelijk, maar voor ZZP'ers voelt het als een belastingverhoging in slow motion. Officiele informatie over de verlaging vind je op Ondernemersplein van de overheid.
Wat betekent dit voor je belastingaanslag?
De zelfstandigenaftrek verlaagt je belastbare winst. Een lagere aftrek betekent een hogere belastbare winst, en dus meer inkomstenbelasting.
Concreet voorbeeld bij een winst van €50.000: in 2025 trok je €2.470 af en betaalde je belasting over €47.530. In 2026 trek je nog maar €1.200 af en betaal je over €48.800. Dat verschil van €1.270 extra winst valt in het belastingtarief. Bij een inkomen boven de eerste schijf (37,48% tarief) levert dat al snel €475 extra belasting op.
Tel daarbij op dat de MKB-winstvrijstelling de afgelopen jaren ook is verlaagd, en je ziet dat de lastenverzwaring voor eenmanszaken groter is dan alleen de aftrekwijziging. Bijhouden hoe je financien ervoor staan wordt daardoor steeds belangrijker, want alleen wie zijn cijfers kent, kan bijsturen.
Startersaftrek verdwijnt ook nog eens
Naast de verlaging van de zelfstandigenaftrek is er nog een klap voor nieuwe ondernemers. Het kabinet maakte in april 2026 bekend dat de startersaftrek per 1 januari 2027 verdwijnt, zonder overgangsregeling. Die regeling geeft startende ZZP'ers de eerste drie jaar een extra aftrek van €2.123 bovenop de zelfstandigenaftrek.
Voor wie pas net begonnen is, geldt de startersaftrek in 2026 nog wel. Maar na dit jaar vervalt dat voordeel definitief. Het loont dus om je opstartkosten en investeringen dit jaar nog goed te plannen, zodat je maximaal profiteert van de aftrekmogelijkheden die er nog zijn.
Meer ruimte voor pensioen als tegenwicht
Er is ook een regeling die juist ruimer is geworden: de jaarruimte voor pensioenopbouw. Sinds 1 juli 2023 mag je als ZZP'er tot 30% van je pensioengevend inkomen fiscaal voordelig inleggen in een lijfrente of bankspaarproduct. Dat was voorheen nog 13,3%.
Door meer in te leggen, verlaag je je belastbare inkomen en bouw je tegelijkertijd aan je pensioen. Voor 2026 is de maximale inleg via de jaarruimte ruim €42.000. Heb je de afgelopen jaren jaarruimte laten liggen, dan mag je die via de reserveringsruimte nog inhalen.
Dit is een van de krachtigste manieren om de verlaging van de zelfstandigenaftrek te compenseren. Vraag bij je belastingadviseur na hoeveel ruimte je nog hebt.
Andere aftrekposten die je niet mag vergeten
Naast de zelfstandigenaftrek zijn er posten die ZZP'ers soms over het hoofd zien:
- Kleinschaligheidsinvesteringsaftrek (KIA): Investeer je in bedrijfsmiddelen? Dan trek je een percentage van de investering van je winst af.
- Zakelijke kosten: Software, telefoon, vakliteratuur, zakelijke reizen en een werkplek thuis tellen mee als je het goed bijhoudt.
- Beroepsaansprakelijkheidsverzekering: De premie is volledig aftrekbaar. Of zo'n verzekering zinvol is voor jouw situatie, lees je in ons artikel over beroepsaansprakelijkheid.
- Zorgverzekeringswet (Zvw)-bijdrage: Als ZZP'er betaal je een inkomensafhankelijke bijdrage aan de zorgverzekering. Die premie is aftrekbaar als kostenpost.
Juist nu de zelfstandigenaftrek krimpt, is het verstandig om je administratie strak bij te houden. Kosten die je niet opvoert, betaal je dubbel: je hebt ze al gemaakt en je krijgt er ook geen belastingvoordeel voor.
Dit is wat je nu al kunt doen
De aangifte inkomstenbelasting over 2026 hoef je pas in 2027 in te dienen, maar de beslissingen die je nu maakt, bepalen je belastingpositie dan. Een paar concrete stappen:
- Bereken je verwachte winst voor 2026. Pas je voorlopige aanslag aan als die te laag ingeschat is, anders betaal je rente bij.
- Stort dit jaar nog in je lijfrente. Hoe meer je inlegt, hoe lager je belastbare inkomen. Check eerst je jaarruimte via Mijn Belastingdienst.
- Maak een overzicht van zakelijke kosten. Bonnetjes, facturen, abonnementen, het begint bij het bijhouden.
- Profiteer van de startersaftrek als je die nog kunt claimen. Na 2026 vervalt hij.
- Overweeg een boekhouder of fiscalist. Bij een winst boven de €50.000 verdient een goede adviseur zichzelf makkelijk terug.
De verlaging van de zelfstandigenaftrek is een structurele verschuiving in hoe het kabinet ZZP-werk belast. Wie daar niet op anticipeert, merkt het eerst aan het einde van het jaar: een hogere aanslag dan verwacht. Wie er nu al rekening mee houdt, houdt meer over.