Werkplek & Personeel

Deze WIA-achterstand raakt jou als werkgever direct

· 5 min leestijd

Heb je een medewerker die al maanden ziek thuis zit? Dan loop je een steeds grotere kans dat die persoon straks een jaar moet wachten op een WIA-keuring. Eind 2025 stonden nog 7.900 mensen langer dan een half jaar in de wachtrij bij het UWV, inmiddels zijn dat er meer dan 11.000. Voor jou als werkgever betekent dat langer onzekerheid over loondoorbetaling, re-integratieverplichtingen en straks ook een nieuwe rekening.

Waarom de wachtrij bij het UWV zo hard groeit

Het UWV kampt al jaren met een tekort aan verzekeringsartsen. Elke aanvraag voor een WIA-uitkering vraagt om een sociaal-medische beoordeling: een arts stelt vast wat iemand nog kan werken en een arbeidsdeskundige rekent uit welk inkomen daarbij hoort. Er zijn simpelweg te weinig artsen om alle aanvragen op tijd te behandelen, en de achterstand loopt sneller op dan verwacht. Volgens onderzoek van AD en EenVandaag duurt de wachttijd in sommige regio's inmiddels ruim een jaar.

Voor een zieke werknemer is dat vervelend: geen duidelijkheid over inkomen. Voor jou als werkgever is het net zo lastig, want jouw verplichtingen lopen gewoon door terwijl het UWV nog moet beslissen.

Wat de wachttijd betekent voor jouw loondoorbetaling

Als werkgever betaal je bij ziekte standaard 104 weken loon door, meestal minimaal 70 procent van het salaris. Na die twee jaar kan je werknemer WIA aanvragen. Normaal gesproken stopt jouw loondoorbetalingsplicht dan en neemt het UWV het over, maar als de keuring op zich laat wachten, ontstaat er een gat. Om dat gat te overbruggen, kan het UWV een voorschot uitkeren aan je werknemer terwijl de aanvraag nog in behandeling is.

Dat voorschot lost het probleem voor je werknemer deels op, maar het verandert niets aan jouw planning. Je weet nog steeds niet of iemand terugkeert, gedeeltelijk arbeidsgeschikt wordt verklaard of volledig arbeidsongeschikt raakt. Personeel plannen rond zo'n langdurig ziektedossier vraagt om geduld, vooral in een klein team waar één afwezige collega meteen voelbaar is.

De nieuwe voorschotregeling die eraan komt

Minister Vijlbrief van Sociale Zaken en Werkgelegenheid startte op 21 april 2026 een internetconsultatie voor een regeling die deze voorschotten structureel kwijtscheldt. Blijkt na de keuring dat een werknemer geen of minder recht heeft op WIA dan gedacht, dan hoeft diegene het voorschot niet terug te betalen. Op 31 augustus 2026 is het bijbehorende wetsvoorstel bij de Tweede Kamer ingediend, met een beoogde ingangsdatum van 1 januari 2027. In de praktijk scheldt het UWV deze voorschotten overigens al sinds medio 2021 kwijt, dit wetsvoorstel legt dat beleid nu officieel vast.

Het doel is helder: voorkomen dat mensen buiten hun schuld om met hoge terugvorderingen worden geconfronteerd, puur omdat het UWV te traag is met beoordelen. Volgens de Rijksoverheid is dit een tijdelijke maatregel totdat de langetermijnoplossing uit het wetsvoorstel ingaat.

Wie straks de rekening betaalt

Hier wordt het interessant voor werkgevers. De kwijtgescholden voorschotten worden nu nog betaald uit het Arbeidsongeschiktheidsfonds, maar de financieringssystematiek verandert. Vanaf 2027 gaan alle werkgevers met personeel in loondienst meebetalen aan deze kwijtgescholden voorschotten, niet alleen publieke werkgevers zoals nu het geval is. Concreet betekent dit een verbreding van de premielast: de kosten van een achterblijvend UWV worden collectief over het bedrijfsleven verdeeld.

Voor een MKB-bedrijf met een paar tientallen medewerkers merk je dat niet meteen in de portemonnee, maar het is wel een signaal dat de WIA-wachtrij inmiddels een probleem is dat verder reikt dan de individuele zieke werknemer. Net zoals eerdere EU-richtlijnen die HR-verplichtingen aanscherpen, verschuift ook dit dossier langzaam meer verantwoordelijkheid naar de werkgever.

Bedrijfsarts krijgt meer gewicht bij re-integratie

Naast de voorschotregeling bevat hetzelfde wetsvoorstel een wijziging die voor jou als werkgever juist gunstig kan uitpakken. Het advies van de bedrijfsarts over wat een zieke werknemer nog kan, wordt leidend bij de beoordeling van je re-integratie-inspanningen. Nu kan het nog gebeuren dat een verzekeringsarts van het UWV achteraf anders oordeelt over de medische belastbaarheid van je werknemer, waardoor je alsnog een loonsanctie krijgt terwijl je precies deed wat de bedrijfsarts adviseerde.

Dat risico verdwijnt met deze aanpassing grotendeels. Voor werkgevers die al jaren te maken hebben met stijgend ziekteverzuim door burn-outklachten, is dit een van de weinige lichtpuntjes in dit dossier: minder onzekerheid over de vraag of je re-integratiedossier straks alsnog wordt afgekeurd.

Wat je nu al kunt doen als werkgever

Wacht niet tot 2027 om na te denken over de gevolgen. Breng eerst in kaart welke medewerkers langer dan een jaar ziek zijn of daar dichtbij komen, en check bij hen of er al een WIA-aanvraag loopt. Zorg dat je re-integratiedossier op orde is en dat je adviezen van de bedrijfsarts goed documenteert, want dat wordt straks je belangrijkste bewijsstuk. En houd bij je financiële planning voor 2027 rekening met een iets hogere premielast, ook al is die voor de meeste MKB-bedrijven relatief beperkt.

Net als bij andere administratieve dossiers geldt hier dat kleine fouten later duur kunnen uitpakken, iets wat we ook al zagen bij veelgemaakte administratiefouten bij startende ondernemers. Een goed bijgehouden ziektedossier bespaart je uiteindelijk meer tijd en geld dan de moeite die het nu kost.

M
Geschreven door Marijn ter Horst Ondernemer & redacteur

Marijn runt twee eigen bedrijven en schrijft vanuit de loopgraven van het ondernemerschap. Geen theoretische verhalen maar lessen uit echte situaties, inclusief de keren dat het spectaculair misging en hij om drie uur 's nachts met een spreadsheet op de bank zat. Hij begon zijn eerste bedrijf op zijn tweeëntwintigste met driehonderd euro en een onrealistisch optimisme dat achteraf zijn grootste kracht bleek. Zijn eerlijkheid over mislukkingen maakt hem geloofwaardig, zijn humor over die mislukkingen maakt hem leesbaar. Marijn vindt dat elke ondernemer minstens één keer failliet moet dreigen te gaan om te begrijpen waar het écht om draait.